Patstelling

Patstelling

Het is al eerder gezegd maar van het hele jazzcircuit is weinig meer over. Om in dat circuit substantieel een concertpraktijk op te bouwen is bijna onmogelijk. De jazzmusicus die dit kan ontkennen is een van de weinige uitzonderingen en mag zichzelf gelukkig prijzen.

Wat in Nederland uniek is en waar je nog wel kan optreden is het theatercircuit. Dat is ongekend in vergelijking met de landen om ons heen qua omvang en hoeveelheid op de vierkante kilometer. Een fantastisch circuit met geweldige theaters die bijna allemaal ook nog goed geoutilleerd zijn. Toch spelen er in dit circuit een aantal facetten mee waarbij je je vraagtekens kan zetten. De twee kanten die ik nader zou willen belichten zijn het borderel systeem en de financiële constructie van de theaters zelf.

CONSTRUCTIE
Om iets te verduidelijken over zo’n financiële constructie van de theaters in Nederland en om het e.e.a. inzichtelijk te maken heb ik van internet een begroting uit 2017 van een groot theater in Nederland gevist. Hier volgt de begroting in een notendop. De recettes van de programma’s bedroegen 2.765.000 euro. De totale subsidieopbrengsten bedroegen 4.119.000 euro. In totaal werd 9.130.000 aan opbrengsten gegenereerd inclusief de horeca opbrengsten en wat sponsorbijdragen. Aan de kostenkant kon je zien dat de kosten van de programma’s 2.683.000 euro bedroeg. De personeelskosten van het theater waren zelfs hoger dan de programmakosten nl: 2.995.000 euro. De huur en exploratiekosten bedroegen 1.886.000 euro en dan had je nog wat andere kosten. De totale kosten bedroegen 9.073.000 euro. Als je kijkt naar deze begroting zou je kunnen concluderen dat de programmakosten zichzelf terugverdiende en het totale verkregen subsidie bedrag en de andere inkomsten ( horeca, sponsors en zo) nodig waren geweest om de tent draaiende te houden. In dit geval zou je het zo kunnen zien dat dus eerder het personeel van het theater en de stenen ( huur en exploitatie) van de subsidie betaald is dan dat die subsidie naar de programmering van de artiesten ging. Het is gechargeerd dat geef ik onmiddellijk toe en alles komt natuurlijk in zo’n begroting op een grote hoop maar de vraag “wie wordt hier nu gesubsidieerd” dringt zich toch op.

REKENT U EVEN MEE?
Goed, nu over het borderel systeem. De borderel is kort gezegd een kassa uitdraai van de recettes van de voorstelling. Van deze bruto inkomsten moeten nog allerlei zaken vanaf worden getrokken voordat de musicus of producent kan zien wat zijn voorstelling opgeleverd heeft.

Om het rekenen te vergemakkelijken maar je toch een goed inzicht te geven ga ik er nu even vanuit dat de voorstelling X € 1000,-  aan kaartverkoop heeft opgeleverd bij een publieksopkomst van 50 personen met een ticketprijs van € 20,-

Nou, daar gaat die dan. Eerst gaat er 9% BTW vanaf. Daarna 7% AR ( BUMA). Dan gaat er de theatertoeslag vanaf. Dat is een ingesteld bedrag door de theaters voor het kopje koffie of het gratis drankje en misschien ook wel de garderobe. Dit bedrag kan variëren maar in de meeste gevallen is dat zo rond de € 3,50. Je bent nu van €20,- euro beland op een bedrag van € 13,43. Maar we zijn er nog niet. Met het theater wordt in de meeste gevallen een partage afgesproken van 80/20 wat inhoudt dat het theater nog 20% van de recettes krijgt. Je houdt nu nog maar €10,74 over.  Mocht je een impresariaat hebben die het optreden heeft geregeld dan wil die natuurlijk ook zijn deel en dat is meestal zo’n 15%. Het restbedrag blijft nu steken op € 9,12.  Dat is natuurlijk een bruto bedrag waar nog je inkomstenbelasting vanaf moet dus in de laagste schijf zou je rond € 6,-  netto aan een kaartje over houden. Tel uit je winst.

Wil je als kwartet de wenselijke norm van € 250,- per persoon verdienen, neem je nog een technicus mee en moeten andere partijen zoals hierboven vermeld ook hun geld krijgen dan moet er minimaal €2420,- euro omgezet worden (even door ondergetekende uitgerekend).
Dat is een hoop geld voor een jazzkwartet.

COMPLEX
Het probleem is complex want waar moet het geld voor de honorering van de artiest vandaan komen als de waarde en dus de betaling van de artiest in de recettes wordt uitgedrukt en dat in feite te weinig is. Waar gaat dit geld vandaan komen. Moet de prijs van een ticket omhoog?  Het entreekaartje is al zo hoog dat dit leidt tot minder publiek. Moet een theater besluiten de artiest meer salaris te betalen? Dat zou dan in feite ten koste van de exploitatie en personeelskosten van het theater moeten gaan. Of moet het uit het beschikbare bedrag voor cultuursubsidie komen wat de overheid heeft vastgesteld. Dat zou leiden tot minder werkgelegenheid. Ik weet het even niet maar het lijkt op een patstelling.

Ben van den Dungen