Tussen confetti en puin: Elliot Galvin bouwt een kathedraal van klank
Maskers buiten, stilte binnen
Buiten kolkt Tilburg, Kruikenstad in volle carnavalsroes. Kleurrijke optochten trekken van kroeg naar kroeg; gezichten geschminkt, stemmen schor van gespeelde uitbundigheid. De vrijheid oogt uitgelaten, maar draagt ook iets krampachtigs in zich. Binnen, bij Paradox, heerst een andere orde. Hier geen polonaise, maar een ‘safe space’ voor grensverleggende klanken. De musici rond componist en audiokunstenaar Elliot Galvin werpen een verbaasde blik op de taferelen buiten. Hun muziek gaat over verval en wederopbouw, over puin dat nog na smeult. Carnaval blijft aan de deur; binnen klinkt een andere waarheid.
EEN LAND ALS RUÏNE
Elliot Galvin stond eerder op dit podium met het kwartet Dinosaur en trompettist (en partner) Laura Jurd. Zijn palmares vermeldt samenwerkingen met onder anderen Shabaka Hutchings, Emma-Jean Thackray, Norma Winstone, Marius Neset en Mark Lockheart. Maar het meest persoonlijk is zijn recente album The Ruin. Het ontstond vanuit zijn leven in Engeland — “a country that feels like a living ruin” — en het troosteloze landschap van de Medway Towns in Noord-Kent, waar hij opgroeide. Chatham, Gillingham, Rochester: steden als littekens in het landschap. The Ruin is zo een spiegel: we leven allemaal tussen restanten van wat was, individueel en collectief.
Bassist en vocalist Ruth Goller
VIER STEMMEN, ÉÉN VERHAAL
Voor deze tournee brengt Galvin zijn eigen kwartet mee. Hijzelf op piano, duimpiano en synths. Mandhira de Saram, terug van weggeweest, omringd door een arsenaal aan pedalen dat haar viool een tweede, elektronische adem geeft. Ruth Goller, met haar roemruchte staat van dienst, bespeelt basgitaar en elektronica en zingt met een stem die tegelijk intiem en ontheemd klinkt. Achter de drums zit Sebastian Rochford — bekend van onder meer Polar Bear en samenwerkingen met David Byrne, Brian Eno en Patti Smith — die ritme niet slaat maar beeldhouwt.
Galvin opent solo met A House, A City: een langzaam ontvouwde pianomelodie, als een suite-ouverture. In From Beneath schuiven strakke drums onder hoekige baslijnen; Gollers zang echoot als een herinnering die niet wil verdwijnen. De viool van De Saram schuurt en glijdt, gedragen door een onderlaag van elektronica. Dissonanten kleuren een spookachtig landschap.
MUZIEK DIE ADEMT
Hier geen dichtgetimmerde partituren. De composities van The Ruin dienen als leidraad, maar ter plekke krijgt alles ruimte om te ademen. Een vervreemdende bassolo — die nauwelijks als bassolo herkenbaar is — vloeit over in pianospel dat wordt ingekleurd door klanken uit Galvins elektronische toverdoos tijdens Still Under Storms. Wat begint als vaag en psychedelisch, stolt langzaam in repetitieve patronen. Uit die nevel rijst het hoekige, bijna rockende Gold Bright op. Drie kwartier verglijden voordat het eerste applaus voorzichtig door de zaal rolt — alsof het publiek moet controleren of het nog durft te klappen.
KINDERLIJKE ECHO’S EN KOSMISCHE MIST
Dan volgt een moment van schijnbare eenvoud. Galvins piano mengt zich met klanken die doen denken aan een kinderpiano — onschuldige tonen die botsen met een macabere onderlaag. Twee werelden in duet: lieflijk en dreigend. De muziek wordt filmisch, haast tastbaar. In In Concentric Circles lijkt de modulaire synthesizer een eigen pad te kiezen, maar stuurloos wordt het nooit. Altijd is er een veilige tussenhaven, een bedding waarin de klank zich nestelt. De atmosfeer wordt space-achtig, nevelig; een mysterieuze vervoering die de zaal in een zachte greep houdt.
Geconcentreerde Elliot Galvin zoekt avontuur
DE BEZWERENDE FINALE
Terwijl de piano gedragen voortkabbelt, barst Rochford plots los in een stevige drumsolo — krachtig, maar nooit gratuit — die even onverwacht weer uitdooft. Viool en piano vinden elkaar in plechtig unisono; verstilling kondigt het slot aan. Donkere pianoklanken en sinistere elektronica bouwen aan een bezwerende finale. De destructieve cyclus van The Ruin sluit zich met vloeiende, kronkelende lijnen uit piano en modulaire synth.
Wanneer de laatste klank wegebt, blijft het Tilburgse publiek stil achter. Verdoofd, misschien. Buiten danst de stad verder onder confetti en schmink. Binnen is een ruïne blootgelegd — en voorzichtig weer opgebouwd.
ELLIOT GALVIN
Elliot Galvin – piano, synths, duimpiano
Mandhira de Saram – viool
Ruth Goller – basgitaar, zang
Sebastian Rochford – drums
Paradox Tilburg (NL)
13 februari 2026
Tekst en fotografie: Ella & Eddy Westveer







