Jazz tussen Jeker en Miles
VRIJHEID AAN DE JEKER
Op slechts twaalf kilometer van Maastricht, in het Franstalige stukje grensstreek, ligt de voormalige vuursteenmolen Moulin Au Broukay. Een bijzondere plek, omringd door een fraaie omgeving en een indrukwekkende geschiedenis, waar de vriendelijke bevolking de sfeer nog wat extra glans geeft. In 2013 herrees hier een kleinschalig jazzfestival. Jazz Au Broukay is inmiddels toe aan zijn 29ste editie, met als motto Friends in Peace.
Vorig jaar bezocht ik het festival voor het eerst en werd ik aangenaam verrast door een diverse en verrassende programmering. Met name het BAM!Trio deed zijn naam destijds alle eer aan. Ook dit jaar is de programmering zonder meer een recensie waard. Vrijheid, kunst, creativiteit en openheid vormen de rode draad: eigenschappen die de artiesten volgens de organisatie in hun DNA dragen. Aan de oevers van de Jeker, pal bij de molen, is een klein en gezellig festivalterrein uit de grond gestampt, dat grotendeels door vrijwilligers wordt gerund. We waren er de eerste dag van het festival.
De festivalavond begint met de filmdocumentaire De 1001 gezichten van Miles Davis, een opmaat naar de verdere programmering van de avond, die volledig in het teken staat van de honderdste geboortedag van Miles Davis.
L’ÉQUIPE DE RÈVE: VRIENDSCHAP OP HET PODIUM
De achtkoppige L’Équipe de Rève trapt opvallend funky en groovy af, met stevige solo’s van respectievelijk Rob Sijben op saxofoon, Johan de Haan op toetsen en Bart Oostindie op gitaar. De ‘fun factor’ ligt vanaf het begin hoog. Er wordt met zichtbaar plezier en onderlinge muzikale vriendschap gemusiceerd – dat is meteen duidelijk.
Let’s Pray, een compositie van trombonist Tim Daemen, sluit daar mooi op aan. Daemen laat zich hier van zijn ‘old school’-kant zien, in de positieve betekenis van het woord: elementen van weleer krijgen een vernieuwd jasje, ditmaal in een swingende driekwartsmaat. Erg leuk nummer. Overigens komen de composities van deze formatie niet uitsluitend van bandleider en inspirator Jo Didderen. Bijna ieder bandlid levert materiaal aan. Dat zorgt voor variatie, zonder dat het geheel ooit in een allegaartje ontaardt.
Opvallend is ook de geoliede ritmesectie. Achter al het zicht- en hoorbare enthousiasme gaat een beheerste en verfijnde motor schuil die genereert, adapteert en voortdurend de muziek draagt. Twee nummers in driekwartsmaat achter elkaar is misschien een klein punt van kritiek, maar zodra Blue Block wordt ingezet, verdwijnt mijn argwaan als sneeuw voor de zon. Een fraaie compositie, met opnieuw een uitstekende sopraansaxofoonsolo van Rob Sijben en sterk toetsenspel van Johan de Haan.
Met La Jeunesse van Jo Didderen volgt een knipoog naar Herbie Hancock. Toegankelijk, tijdloos en duidelijk aan de zachtere kant van het jazzspectrum. Opmerkelijk is de fluwelen sound van Marc Huynen, die de trompet hier verruilt voor de bugel. In klank én improvisatie is onmiskenbaar de invloed van Ack van Rooyen hoorbaar. Huynen bouwt zijn solo zorgvuldig op, tilt daarmee de hele band mee en laat zich vervolgens weer naadloos opnemen in het geheel. Chapeau.
PLEZIER ALS GEMEENSCHAPPELIJKE TAAL
Wat vooral blijft hangen, is het energieke spel van L’Équipe de Rève. De setlijst wisselt voldoende van kleur, maar belangrijker nog: de muzikanten blijven met elkaar verbonden. De band smelt samen zonder dat individuele kwaliteiten verdwijnen. Als afsluiter volgt opnieuw een nummer van Tim Daemen, wederom met een hoog fungehalte. Het publiek geniet zichtbaar. Wie even rondkijkt, ziet vooral vrolijke gezichten.
De 75 minuten durende performance zijn dan ook voorbij voor je er erg in hebt – eigenlijk te snel. L’Équipe de Rève straalt een en al plezier en enthousiasme uit. Iedere muzikant is een schakel in de muzikale productielijn en draagt bij aan kwaliteit, composities en improvisaties. Het geheel wordt met bezieling gebracht, zonder zich te verliezen in de vaak zware kant van het jazzspectrum. Hier klinkt jazz juist opbeurend: soms lichtvoetig, dan weer stevig groovy. Het publiek gaat met een brede smile de pauze in.
WE WANT MILES: OP ZOEK NAAR DE GEEST
Dan is het tijd voor We Want Miles – Van Kind of Blue tot Electric Miles. Geen reproductie van composities van Miles Davis, zo is de bedoeling, maar een poging om vooral de geest van ‘MILES’ te laten voortleven. En daar ligt meteen de lat hoog.
Miles Davis heeft in zijn waanzinnige carrière een enorme muzikale nalatenschap opgebouwd. Zijn vernieuwende invloed op de jazz staat buiten kijf. Exact honderd jaar na zijn geboorte is hij dan ook meer dan een tribute waard. Zijn melancholische, ijle en intieme trompetgeluid is onmiddellijk herkenbaar. Maar Miles was ook de kunstenaar van de stilte: van ruimte en rust, van spanning en ontlading – Tension and Release. Zijn legendarische concerten waren vaak minimaal geregisseerd. Subtiele grooves gaven blazers de ruimte, terwijl muzikanten elkaars individuele kwaliteiten versterkten.
Op het podium staat een formatie van Belgische muzikanten met verschillende achtergronden en leeftijden: trompet, altsaxofoon, tenorsaxofoon, basgitaar, drums en gitaar. De thema’s zijn onmiddellijk herkenbaar als Miles, maar in eerste instantie ademt het geheel nog niet zijn geest. Bij het derde nummer komt er meer lucht in de muziek en wordt het geheel beter. Toch ontbreekt iets wezenlijks: waar Miles een meester was in het regisseren zonder woorden, lijkt hier een leider te ontbreken. Een gezamenlijke route blijft uit.
De afzonderlijke muzikanten zijn zonder twijfel capabel. Zo valt de uitstekend klinkende bugel op wanneer trompettist Pierre Malempré van instrument wisselt. Daar tegenover staan een ontstemd en erg rauw klinkende tenorsaxofoon en een overijverige drummer. Het geheel ademt te weinig verstilling uit, kent te weinig gestage opbouw en mist de uitgestelde climax die zo kenmerkend kan zijn voor de wereld van Miles. Footprints van Wayne Shorter valt bovendien uit de toon. Shorter had een totaal andere muzikale aanvliegroute, maar vormde in combinatie met Miles juist vaak de tegenhanger, geïnitieerd en geregisseerd door Miles. Ook die onderliggende laag ontbreekt hier.
De formatie mist daardoor cohesie. De nummers zijn geregeld te vol en uit balans en missen de rust en het mystieke karakter van een langzaam opgebouwde spanning. Na een uur volgt de eerste toegift en plotseling lijkt er een andere band te staan. De jonge gitarist voelt zich hier opeens helemaal thuis en soleert uitstekend in het jazzrockfusionnummer. Psychedelisch goed. Ook de bassist, gitarist en drummer lijken in dit materiaal meer in hun habitat dan eerder op de avond.
Bijzonder is Fil Caporali, die qua spel en geest het dichtst bij Miles lijkt te komen. Nooit te veel, altijd in dienst van het totaal, met een eigen sound en een sterke improvisatie. Complimenten. Maar als de laatste noten klinken, blijft toch het gevoel hangen dat We Want Miles het intieme en dromerige karakter van Miles Davis onvoldoende heeft geraakt. Waar het publiek op wachtte – de geest en ziel van Miles – bleef helaas grotendeels buiten beeld.
OP NAAR DE DERTIGSTE
Hoewel de programmering van deze eerste festivalavond daardoor enigszins als een anticlimax voelt, bewijst Jazz Au Broukay in zijn 29ste jaar dat het festival uitstekend in staat is om op niveau en met ambitie te programmeren. De combinatie van een kleine, gastvrije locatie, vrijwilligers, artistieke vrijheid en een avontuurlijke programmering geeft het festival een eigen gezicht. Na 29 jaar is het bestaansrecht ruimschoots bewezen.
Zaterdag staat in het teken van gypsy jazz en zondag wordt het festival afgesloten met jazz uit de jaren twintig. Genoeg om opnieuw voor naar de oevers van de Jeker te rijden.
Op naar de 30ste editie van Jazz Au Broukay!
Jazz Au Broukay
29ste editie
Friends in Peace
21 – 23 augustus 2026
Tekst: Ralf Jacobs
Fotografie: Johan Horst
Jazz Au Broukay
21 augustus 2026
L’ÉQUIPE DE RÈVE
Marc Huynen – trompet, flugelhorn
Tim Daemen – trombone
Rob Sijben – alt-, sopraansaxofoon
Bart Oostindie – gitaar
Johan de Haan – toetsen
Jerome Cardynaals – drums
Steffen Thormahlen – percussie
Jo Didderen – contrabas
WE WANT MILES
Guillaume Vierset – gitaar
Fil Caporali – bas
Bilou Doneux – drums
Pierre Malempré – trompet, flugelhorn
Thomas Champagne – altsaxofoon
Michel Mainil – tenorsaxofoon







