Joke Bruijs: niet lullen maar poetsen

BIOGRAFIE

door Hans Zirkzee

Auteur van het boek Jazz in Rotterdam, Hans Zirkzee interviewde en schreef over talloze jazzmuzikanten die een band met Rotterdam hebben of hadden. Musici die veel reizen en mensen ontmoeten hebben vaak mooie en interessante verhalen te vertellen. 
Deze biografie werd deels gepubliceerd in Jazz in Rotterdam en werd aangevuld met later beschikbaar gekomen informatie.

Johanna Maria ‘Joke’ Bruijs

(Rotterdam, 14 januari 1952 - Wassenaar, 16 september 2025

"In Nederland zijn we nogal hokjesstopperig, maar daarvan heb ik mij nooit iets aangetrokken."

Joke Bruijs: niet lullen maar poetsen
Al tijden kent Rotterdam goede zangeressen. Van Rita Reys tot Naomi Sharon Webster. Van Greetje Kauffeld tot Sevdaliza. De lijst is meer dan omvangrijk. Oorzaak: onbekend.

Johanna Maria ‘Joke’ Bruijs (Rotterdam, 14 januari 1952 – Wassenaar, 16 september 2025) werd in 1952 geboren in het gezin van Kees en Hetty Bruijs. Joke had drie oudere broers Cees, Flip en Jan. Zij woonden aan de Moerkerkestraat in Rotterdam-Zuid. Toen Joke drie jaar oud was verhuisden zij naar de Poelenburg in Zuidwijk. Daar woonden veel arbeiders uit de provincie. De wijk was toentertijd allesbehalve een echte Rotterdamse buurt. Het was ‘de boerenzij’. Vader Kees verdiende zijn brood als kraanmachinist. Naast zijn werk in de haven had Kees één grote hobby en dat was muziek. Hij bespeelde veel instrumenten en hij maakte in 1934 deel uit van The Four Dutch Serenaders, een close-harmony groep opgericht door Jantje, later Johnny, Hoes van de Kaap. Zij zongen nummers van The Mills Brothers, Bing Crosby en The Andrew Sisters. Vooral in het weekend. Kees moest nog naar school, maar hij kon goed scatten. Volgens Hoes kon hij dat geweldig.

Johnny Hoes (bukkend) en Kees Bruijs (2e rechts). Streekarchief IJsselmonde

DRIESTEMMIG
Joke
kreeg de muziek met de paplepel ingegoten. Veel klassiek, maar ook the Great American Songbook, jazz en lichte muziek uit musicals en films. ‘In de keuken, mijn vader die zich schoor en mijn moeder en ik deden de afwas. En dan stonden we driestemmig te zingen. Volgens mijn ouders neuriede ik al melodieën mee van Vera Lynn toen ik een negen maanden oude baby was.’ Joke groeide op met de muziek van Frank Sinatra, volgens haar de beste zanger ooit, Ella Fitzgerald, Sarah Vaughan, Nancy Wilson, Tommy Dorsey en Count Basie. Op het toneel staan was haar droom. Zij maakte indruk tijdens de afsluitmusical op de lagere school. Op elfjarige leeftijd schreef zij: ‘Ik ben Jopie Bruijs en ik wil graag zangeres en actrice worden, maar daar moet je heel veel talent voor hebben en daar moet je ook heel hard voor werken, maar ik wil dat heel graag.’ In een interview met de Volkskrant zei ze: ‘Ik kom uit Rotterdam-Zuid hè, dat was niet bepaald een springplank voor het toneel. Ik wilde graag naar de toneelschool, op piano- en balletles. Maar dan werd er gezegd: ‘Hebben we geen geld voor.’ Terwijl mijn broers wel altijd in de nieuwste voetbaltenues liepen.’ Heel breed had de familie het niet.

Joke zat nog in eerste klas van de Mulo toen zij gevraagd werd voor de beatgroep The Spitfires.

TALENTENJACHT
Joke
had geen platenspeler, maar haar broer Flip wel. Hij speelde een beetje gitaar en hij kocht popmuziek. Via hem maakte Joke kennis met Helen Shapiro, Cliff Richard, Dusty Springfield en The Beatles. De eerste elpee die zij kocht was Rubber Soul. Zij was doortastend genoeg om zelf het initiatief te nemen en zij schreef zich op haar dertiende in voor deelname aan een door Jos Brink gepresenteerde talentenjacht in AMVJ, Rotterdam. Zij had op straat een affiche zien hangen. Ze loog dat ze 15 jaar oud was. Zij won overtuigend de voorronde, maar werd daarna door de Arbeidsinspectie uitgesloten van deelname aan de landelijke finale. Door haar brutale actie kwam zij wel in beeld bij VARA-producent Nico Knapper, die haar later met een jazzrepertoire liet optreden bij het Vara Dansorkest onder leiding van Charlie Nederpelt. Door Joke ‘Vara’s Drankorkest’ genoemd. Er werd veel gezopen. Zelf dronk zij nog geen alcohol. Joke bleef tot haar eenentwintigste de vaste zangeres van het ensemble. Vanaf 1967 zong zij eens in de veertien dagen live tijdens de radio-uitzendingen van het VARA Dansorkest. Haar schoolopleiding maakte ze niet meer af.

Ruteck’s aan de Lijnbaan talentenjacht (2X)

FONETISCH
In 1968 verloor zij de talentenjacht in Ruteck’s nipt van de dertienjarige Anita Meyer, die – omdat zij optrad met haar oudere broer René – mocht deelnemen. Patricia Paay maakte deel uit van de jury. In de studio van Patricia’s vader nam Joke plaatjes op in de stijl van de Hot Club de France en Stan Getz. Bij het dansorkest The Airshots en het VARA Dansorkest kreeg zij het American Songbook, een collectie van populaire jazz en lichte muziek uit de jaren twintig tot vijftig, onder de knie. Zangeres Janie Bron, de vrouw van Charlie Nederpelt en stadgenoot, stelde het repertoire samen. Joke wist niet precies wat zij zong. Zij zong alles fonetisch. Janie Bron leerde haar uitspraak en de tekstinterpretatie. Een blauwe maandag zong zij bij The Serenade, het bandje van de Rotterdamse broers Frans, Richard en Harry Emmery. De laatstgenoemde groeide uit tot een van de meest gevraagde bassisten in de Nederlandse jazzscene. De muziekcarrière van Joke Bruijs ontwikkelde ook zich met achtergrondkoortjes bij bigbands als The Skymasters en The Ramblers. Ze ging veel jazz zingen. Haar ietwat hese stem maakte haar zeer geschikt voor dit genre.

Joke Bruijs collectie Arnold Tak

OP LOSSE GROEVEN
De optredens met The Ramblers en The Skymasters bezorgden Joke een landelijke bekendheid. Cabaretier Jan Blaaser vroeg haar voor zijn theaterprogramma. Het was de opstap naar rollen in de revues van Mini & Maxi, De Mounties, André van Duin en het cabaret Don Quishocking. Rollen waarin Joke ook haar komische talent kon etaleren. In 1970 deed Bruijs mee aan het Nationaal Songfestival met het liedje Okido. Zij werd derde. Zij zong in musicals Mooi Katendrecht, Kaat Mossel en de Oase Bar. Op 18-jarige leeftijd ontmoette zij Gerard Cox. Gerard kwam ook van Zuid. Hij zat op de Zuider Toneelkring, een amateurtoneelgezelschap waarvan Joke’s oom de voorzitter was. De vonk sloeg pas over toen zij in 1973 samen optraden in het tv-programma Op losse groeven. Joke bracht met een zangkwartet een medley. Gerard Cox zong, aanvankelijk nog tegen zijn zin, de hit ’t Is weer voorbij die mooie zomer. Het was geen verkeerde beslissing. Van de opbrengsten kon hij een boerderijtje in de Hoeksche Waard kopen. Gerard had succes met cabaretprogramma’s die hij met Frans Halsema maakte. ‘Hij leerde me alles over tekstbehandeling en interpretatie. Gerard is degene die mij heeft opgevoed.’ In 1977 trouwden zij. Hun huwelijk duurde tot 1987. Hij was haar grote liefde

Joke Bruijs

229 AFLEVERINGEN
Maar Joke ging haar eigen weg. In deze jaren speelde Bruijs haar cabaretvoorstellingen Helpers weg… eerste ronde (1988) en Gepeperd (1990). Hiervoor schreven gerenommeerde tekstdichters als Willem Wilmink en Jan Boerstoel de liedjes. Samen met Gerard speelde zij in de komedies Vreemde Praktijken, Toen was geluk heel gewoon, met 229 afleveringen de langst lopende comedyserie in Nederland, en de film Casa Coco. Joke bleef de jazzmuziek trouw. In 2003 trad zij op met de vibrafonist, drummer en arrangeur Frits Landesbergen. Hij begeleidde haar tijdens jazz optredens en hij vroeg haar of ze zin had een plaat op te nemen met jazz nummers. Zo ontstond een samenwerking die resulteerde in haar jazz solo cd’s Close to me (2004) en Young at Heart (2017) ter gelegenheid van haar 50-jarig jubileum. Frits en Joke kregen een relatie en sinds 2004 woonden zij samen in Wassenaar.

Joke Bruijs (foto Ron Jenner)

NIET BIJ DE PAKKEN NEER ZITTEN
In 2006 breekt een donkere periode aan. Na een bevolkingsonderzoek naar borstkanker blijkt dat er ‘iets’ gevonden is, een voorstadium van kanker en Joke moet een operatie ondergaan. In juni vindt de operatie plaats en in augustus staat zij weer op het jazzfestival in Naarden. Een grote overwinning voor haarzelf. ‘s Avonds treedt ze nog ergens op in Rotterdam en zij is niet van plan om bij de pakken neer te gaan zitten. Zij werd zeven weken lang elke dag bestraald, maar niemand in de revue van André van Duin merkt iets aan haar. The Show must go on. Optreden is haar therapie. Zowel na de crematie van haar vader en haar moeder trad zij dezelfde avond nog op onder het puur Rotterdamse motto ‘niet ouwehoeren maar doordouwen’. Joke had borstkanker overwonnen, maar zij werd getroffen door de ziekte van Parkinson. Op 16 september 2025 overleed zij op 73-jarige leeftijd aan de slopende ziekte. Drie dagen na de dood van Gerard Cox op 13 september 2025. Zij had haar heengaan al een tijd eerder zelf gepland.

Antim Wijnaendts van Resandt. Magazine Gers

Joke Bruijs kende een veelzijdige en lange carrière.

‘Ik ben artiest. In mijn vak doe ik net zo graag cabaret als revue, jazz en komedie. Het kwam allemaal op mijn pad. Dat talent is een cadeau. Maar ik heb ook altijd verdomd hard gewerkt met dat talent. In Nederland zijn we nogal hokjesstopperig, maar daarvan heb ik mij nooit iets aangetrokken. Als ik het leuk vond en het gevoel had dat ik het aankon, dan deed ik het.’

BRONNEN
Algemeen Dagblad 14 januari 2017
Archief Roland Vonk
de Volkskrant 6 september 2016 en 18 september 2025
de Volkskrant Magazine 2 december 2021
Doctor Jazz Magazine nr. 256, voorjaar 2022
Jazz in Rotterdam, de geschiedenis van een grote stadscultuur (2015)
‘Joke Bruijs, swingend door het leven’ Ben Valkhoff
Magazine Gers #17
En vermeld in de tekst

Hans Zirkzee
Hans Zirkzee

Hans Zirkzee
‘mister’ jazz in Rotterdam,
muziekdocent,
saxofonist,
concertorganisator,
schrijver, jazz-historicus,
auteur van Jazz in Rotterdam
(de geschiedenis van een grotestadscultuur),
winnaar Dutilh-Prijs 2016

OVER R†JAM
Stichting Rotterdam Jazz Artists Memorial