Sprookje met slechte afloop

Sprookje met slechte afloop

 Er was eens een koninkrijk met grote bedrijven, zoals verzekeringsbedrijven, banken en beroemde advocatenkantoren. Deze multinationals kwamen met een nieuwe marketing op de proppen, die perfect hun koude desinteresse voor de noden van de mens in combinatie met hun grenzeloze perverse honger naar meer winst konden verbloemen.

TOVERWOORDEN
De nieuwe marketing was gelardeerd met mooie woorden en idealen. Toverwoorden als diversiteit en inclusie deden hun entree. Niet lang daarna hobbelden de overheid en cultuurinstanties, zoals bijvoorbeeld hogescholen en cultuurfondsen, als mosterd na de maaltijd over de spreekwoordelijke brug. Daar werkte de gegoede burgerij. Al die mensen moesten de hele dag aan de praat gehouden worden en hadden nieuwe input nodig. Het was dan ook de normaalste zaak, dat men wel eens afkeek hoe het donkere bedrijfsleven zich gedroeg. Dat voer er tenslotte wel bij, dacht men. Bovendien hadden de hoge heren van het koninkrijk een sensitiviteit voor nieuwe bewegingen en trends binnen de samenleving van dat alleraardigste landje wat zelfs de marketingafdeling van C&A, een winkel die middeleeuwse kledij verkocht, niet de loef kon afsteken. Men kon dus wel een goed idee en een zetje in de rug gebruiken.

EVEN TUSSENDOOR
Wat betekenen die woorden diversiteit en inclusie nu eigenlijk.
Diversiteit en Inclusie betekent dat mensen zichzelf kunnen zijn, zonder angst voor bewuste of onbewuste uitsluiting. Het betekent respect hebben voor anderen, die anders denken. Het betekent dat we een cultuur hebben, die niet alleen deze verschillen erkent, maar omarmt, respecteert en de toegevoegde waarde ziet van deze verschillen. Het betekent ook, dat we niet los van elkaar en naast elkaar werken, maar dat we de verschillen bundelen en als één sterk team opereren. Het levert een verbetering op van de kwaliteit en geeft innovatie meer ruimte.

Zo, dat is een mond vol. De tranen schieten me in de ogen, maar goed: we gaan verder met het sprookje.

JAZZRIDDERS
De jazzmusici in het koninkrijk zagen het gevaar niet aankomen. Tja, tenslotte hadden zij zich hun hele leven beziggehouden met een kunstvorm die inclusief en divers was van zichzelf.
Er werd geroepen in dat landje, dat men leefde in een enorm snel veranderende samenleving. God, dachten de jazzmusici, was dat zelfs niet al decennia het geval nog voor de tijd dat de ridderserie Floris op de tv was? Ze haalden hun schouders op en gingen verder met het beoefenen van de jazzmuziek.

Met opgeheven vinger werd er van de daken geschreeuwd, dat de snel veranderende samenleving  deze houding van de muziek vroeg. Het zou een grote vergissing zijn, als we dit zouden negeren, galmde het na. Angst werd er gezaaid, dat men de boot zou missen en de hele culturele elite was in rep en roer. Er moet wat gaan veranderen, want zo kan het niet langer, klonk het door tot diep in de nacht.

Het gebrek aan appreciatie van jazzmuziek en de herkenning van het feit dat deze muziekvorm al die elementen van diversiteit en inclusie van nature in zich mee droeg, kon met deze neo-hippie broederliefde en new-age lief-zijn-voor-elkaar-poeha, prima onder het koninklijke tapijt geveegd worden.

POLITIEK
De politiek van diversiteit en inclusie deed zijn intrede. Althans, de schijn ervan, want in dat landje ging de ongelijke behandeling van mensen en musici in het bijzonder gewoon door, maar men kon tenminste weer overgaan tot de orde van de dag. De jazzmusici bleven in de kou staan en keken beteuterd op hun neus. De hoge heren van de cultuursector van het koninkrijk haalden opgelucht adem. Nu konden ze weer rustig afwachten tot de dertiende maand werd overgemaakt. En dat was toch wel een grote geruststelling.

BRANDSTAPEL
Wee diegene die er anders over dacht. Die werden gelijk verketterd, op de brandstapel gegooid en zogezegd buiten de inclusie gehouden. Je moet echt niet denken dat men de diversiteit zo divers zag, dat mensen met een andere zienswijze of andere gedachten ook aan tafel konden schuiven. Ben je belazerd? Nee, daar begon men niet aan. Het moest niet gekker worden.

Zo kwam het, dat de jazzmuziek in dat landje volslagen van de culturele tafel werd geveegd. Deze muziek hoorde er niet meer bij. Het was geen hogere kunst en geen lagere kunst. Het was in geen enkele vakje te plaatsen en men was deze, voor hun onbegrijpelijke, muziek liever kwijt dan rijk.

Ben van den Dungen

SPEAKEASY