De ‘walking bass’ van Koos Serierse

BIOGRAFIE

_Foster, Frank m Koos Serierse en Erik Ineke Dizzy coll HP 450 © Eddy Westveer 2022

door Hans Zirkzee

Auteur van het boek Jazz in Rotterdam, Hans Zirkzee interviewde en schreef over talloze jazzmuzikanten die een band met Rotterdam hebben of hadden. Musici die veel reizen en mensen ontmoeten hebben vaak mooie en interessante verhalen te vertellen. 
Deze biografie werd deels gepubliceerd in Jazz in Rotterdam en werd aangevuld met later beschikbaar gekomen informatie.

FOTO
Frank Foster en Koos Serierse
Eric Ineke op de achtergrond

Jacobus ‘Koos’ Serierse

(Rotterdam, 12 april 1936 - Soest, 7 september 2017)

"SNAREN ZIJN DUUR, MAAR IK ROOK NIET."

Jacobus ‘Koos’ Serierse (Rotterdam, 12 april 1936 – Soest, 7 september 2017) krijgt de muziek mee van zijn vader die in Rotterdam het café ’t Halve Maatje runt en daar zelf als accordeonist optreedt met het zeemansrepertoire van The Three Jacksons. Als het gezin naar Gouda verhuist, koopt vader een driekwartbas voor zijn zoon omdat Koos het een leuk instrument lijkt. Alleen met een goed bedoelde revisie verziekt zijn vader het geluid. De jonge Koos Serierse speelde rond zijn achttiende gitaar en banjobas (‘niet mooi, maar wel vreselijk hard’) in het Goudse mandolineorkest De Patokanen. Terug in Rotterdam gaat hij zich serieus met muziek bezighouden. Hij neemt les bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. ‘Met een uitgestreken gezicht kom je een heel eind op de bas,’ zei hij. Zijn vriend Robby Pauwels was gitarist in de begeleidingsband van Toon Hermans. Als Hermans een bassist nodig heeft, belt hij Serierse. Een week later staat hij met de beroemde cabaretier op het podium. Koos geeft zijn kortstondige loopbaan als fotograaf op. ‘De muziek had weinig met jazz te maken, maar alles met discipline: het kunnen opbrengen om vierhonderdvijftig maal achter elkaar dezelfde show te spelen alsof het elke avond de eerste keer was.’ In de periode 1963-1964 maakt hij deel uit van de Dutch Swing College Band. Hij reist met het vermaarde orkest naar Afrika, Australië, Groot Brittannië, West-Duitsland en Oostenrijk. Naast de begeleiding van Toon Hermans speelde Koos overdag in radio-orkestjes met onder meer Harry Bannink. Ook speelde hij in de begeleidingsband van Paul van Vliet. Omdat er in die tijd weinig concurrentie is in Nederland wordt hij een veel gevraagde professionele bassist, die thuis is in alle stijlen.

Halve Maatje 1955
Halve Maatje 1955

Koos speelt met The Stork Town Dixie Kids (1967). Filmbeelden van deze groep zijn te zien in De Bezetene, een documentaire van Tino Flothuis over Han Bennink (1968). In de jaren zeventig speelde hij met Nederlandse artiesten zoals Piet Noordijk, Chris Hinze, Johnny Meyer, Wim Overgaauw en met pianist Rob Franken in de formatie New Sesjun Four voor het radioprogramma Sesjun. Hij was 23 jaar lang de vaste bassist van het Rein de Graaff (Dick Vennink) trio (kwartet). Met drummer Eric Ineke begeleidde hij Amerikaanse grootheden zoals Dexter Gordon, Lee Konitz, Stan Getz, Dizzy Gillespie en Freddie Hubbard. Na een spoedcursus bij Rob Madna werd hij in 1978 aangenomen als docent contrabas en basgitaar op de afdeling Lichte Muziek. Omdat er nog geen leerboek ‘Contrabas lichte muziek’ bestond, schreef hij het lesboek Walking Bass voor het spelen van baslijnen op akkoordsymbolen. Maar ‘jazz kun je niet leren. Dat moet in je zitten. We speelden honderden stukken uit het hoofd – van negen tot vier uur in de ochtend. Kom daar vandaag de dag maar eens om! Maar ik mag nu dingen spelen waar ik in de jaren zestig voor zou zijn ontslagen.’ Naast het conservatorium van Amsterdam gaf hij les aan het conservatorium in Rotterdam. Hein van de Geyn, Sylvia Maessen en Marcel Schimscheimer behoorden tot zijn leerlingen. Koos kon een cynische klootzak zijn, maar ook een lief mannetje en recht door zee. Tijdens een optreden met Ronnie Cuber in Dizzy liep hij met zijn bas onder de arm van het podium af dwars door het publiek naar buiten. ‘Cuber zeikt teveel.’ Na het bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd stopte hij met lesgeven en optreden. Koos was de vader van drummer Marcel Serierse en grootvader van jazz- en bossanova-zangeres Anna Serierse.

BRONNEN
Koos Serierse in Jazz Nu (april 1987)
Jazz in Rotterdam, de geschiedenis van een grote stadscultuur (2015) door Hans Zirkzee
Postuum door Eric Ineke NJA bulletin (december 2017)

Hans Zirkzee
Hans Zirkzee

Hans Zirkzee
‘mister’ jazz in Rotterdam,
muziekdocent,
saxofonist,
concertorganisator,
schrijver, jazz-historicus,
auteur van Jazz in Rotterdam
(de geschiedenis van een grotestadscultuur),
winnaar Dutilh-Prijs 2016

OVER R†JAM
Stichting Rotterdam Jazz Artists Memorial