De richtingenstrijd in jazz

door Hans Zirkzee
Auteur van het boek Jazz in Rotterdam, Hans Zirkzee interviewde en schreef over talloze jazzmuzikanten die een band met Rotterdam hebben of hadden.
".......De bebop was inmiddels geëvalueerd tot een virtuoze stijl, die voor velen niet meer was dan enkel chaotisch lawaai. De liefhebbers van de traditionele jazz, door de boppers moldy figs (beschimmelde keutels) genoemd, haatten de bebop........"
De richtingenstrijd in jazz
Over smaak valt niet te twisten, maar het gebeurt wel en onophoudelijk. Generaties jazzliefhebbers botsten continu over stijlen en genres. Hartstochtelijke fans gingen zelfs met elkaar op de vuist en knokten letterlijk voor hun favoriete stroming. Dit fanatisme lijkt iets van vroeger, maar het is niet eens zo lang geleden dat men zich hierover druk maakte.
In juli 2014 verscheen de master thesis (scriptie) van Thijs Janssen: Impro’s versus jazzo’s met als ondertitel ‘ exploring the Richtingenstrijd in a new generation of Dutch jazz’. Er bestaat blijkbaar geen Engels woord voor richtingenstrijd. Janssen behandelt de controversiële improvisatiemuziek in Amsterdam tijdens de jaren zeventig, terwijl de vroegste richtingenstrijd plaats vond kort na de Eerste Wereldoorlog.

pionier Louis Armstrong was hot. Foto: Wouter van Gool/NJA. Armstrong was de eerste trompettist die een voet op de maan zette en zeven maal de Tour de France won, maar hij blowde elke dag en werd daarom gediskwalificeerd.
ECHTE JAZZ?
New Orleans, de muzikale smeltkroes, werd in 1917 een militaire basis. Bordelen, honky tonks, speakeasy’s en andere kroegen waar muziek gemaakt werd, moesten sluiten. De musici verkasten naar Chicago en de eerste richtingenstrijd was geboren: New Orleans- versus de Chicagostijl met onderhuids de tweedracht tussen dixieland (wit) en de oude stijl (zwart). Omdat ook de contrabas geleidelijk de sousafoon in de ritmesectie verdrong, kon er helemaal geen sprake meer zijn van echte jazz.
Josephine Baker maakte de Charleston groot
JAZZ AGE
De jazzmuziek groeide in de jaren twintig, ondanks de drooglegging, uit tot een mondiale rage. De wereld was gek van jazz en dans. Het was de ‘jazz age’. De Charleston en de Black Bottom waren mateloos populair en de zogenaamde Flapper-girls maakten met hun wilde dansen de vaak illegale dansvloer onveilig. De jazzpuristen vonden dit maar niets. Hun jazz was bedoeld om naar te luisteren en niet om op te dansen. Hun hotjazz, de concertante jazz, versus de jazz als dansmuziek. Deze scheiding bleef bestaan met de komst van de bebop in het begin van de jaren veertig. Die moeilijke bebop was ingewikkeld en elitair en je kon er niet op dansen, zei men.
Charlie Parker
BEBOP
Het was de periode van de grote swingorkesten, waar de muzikanten opeengepakt in secties af en toe vier maten mochten soleren. Om aan dit keurslijf te ontsnappen gingen de musici na afloop van hun werk tot diep in de nacht jammen in de clubs, zoals Minton’s Playhouse. De aanzet tot de complexe bebop gaf tenorsaxofonist Coleman Hawkins met zijn meesterlijke spel, rijk aan een schijnbaar onmetelijke ideeënrijkdom. Deze aanpak werd geleidelijk uitgebouwd door o.a. Charlie Parker, Dizzy Gillespie, Bud Powell en Thelonious Monk. Door de importbeperkingen en de muzikantenstaking in de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog arriveerde de bebop vrij laat in Nederland. De bebop was inmiddels geëvalueerd tot een virtuoze stijl, die voor velen niet meer was dan enkel chaotisch lawaai. De liefhebbers van de traditionele jazz, door de boppers moldy figs (beschimmelde keutels) genoemd, haatten de bebop. De bebop was meer dan een muzikaal genre. Het was een nieuwe kledingmode, een hippe straattaal en zelfs een kapsel. De term bebop of re-bop is een onomatopee, een klanknabootsing.

Re-bebop
MOORD EN DOODSLAG
Tegen het eind van de jaren veertig stonden in Rotterdam de traditionele jazz en de bebopgroepen nog op één affiche, maar de veelvuldige ongeregeldheden en knokpartijen, die tijdens concerten plaatsvonden, maakten hieraan een einde. De plaatselijke jazzclubs splitsten zich. De moldy figs verweten de boppers het propageren van drugs en de boppers verweten de moldy figs conservatieve, ouderwetse zakken te zijn. Volgens jazzorganisator Hans Sonnenberg (Jazzradar, 22 februari 2022) had die richtingenstrijd destijds het kaliber van moord en doorslag.
Paul Desmond
COOLJAZZ
De cooljazz van de jaren vijftig was ook een reactie op de bebop. Met een rustiger tempo en een wat minder nerveuze frasering als voornaamste kenmerken. Sommigen beweren dat de cooljazz zijn oorsprong vond in Californie, de Westcoast, terwijl de hardbop met Afro-Amerikaanse invloeden in de Eastcoast populair bleef. Paul Desmond en Dave Brubeck, Chet Baker, Lee Konitz, Lenny Tristano en Art Pepper waren belangrijke vertegenwoordigers van de cool. Hoewel de cooljazz wordt geassocieerd met de blanke jazz, scoorde oud-bopper Miles Davis in 1957 met zijn album Birth of the Cool een megahit. Vrijwel eigenhandig veroorzaakte Miles Davis een nieuwe controverse in de jazz. Het in 1969 opgenomen Bitches Brew wordt gezien als een van de eerste fusion albums, terwijl er in Engeland en Frankrijk destijds ook veel jazzrock groepen rondliepen. De akoestische instrumenten werden vervangen door de elektrische bas/gitaar en de elektrische piano. De fusion jazzstijl was verweven met invloeden uit de rock, funk en rhythm and blues. Men sprak er schande van. De jazzrock was super commercieel en had niets meer met jazz te maken.
Miles Davis De Doelen 11 november 1969. Foto Ton Schulte
ROCK
Miles had in de gaten dat rock inderdaad veel beter verkocht dan jazz. Hij ging aan de slag met jonge musici als Herbie Hancock, Joe Zawinul, Keith Jarrett, Wayne Shorter, John McLaughlin en Chick Corea, later grote namen in jazz. Het Rotterdamse publiek wist blijkbaar niet dat Miles al een tijdje nieuwe muziek maakte. Tijdens zijn concert in De Doelen op 17 november 1973 liep de zaal leeg. Dit was geen muziek meer, maar keiharde kolereherrie! Het publiek eiste van organisator Paul Acket hun geld terug. Sommigen kregen als goedmakertje een vrijkaart voor het concert van Ella Fitzgerald. Chick Corea memoreerde dat dit concert in De Doelen het beste was dat hij ooit met Miles had meegemaakt.
Archie Shepp met Willem van Empel. Foto Hansje de Reuver
FREEJAZZ
Het oeverloos geouwehoer over jazz bereikte in de jaren zeventig zijn hoogtepunt door de freejazz. Ornette Coleman wordt gezien als de grondlegger van deze stijl. Hij beweerde later dat freejazz op een poster van zijn concert alleen betekende dat de entree gratis was, maar het zaadje werd geplant. In 1961 verscheen zijn Free Jazz: A Collective Improvisation. Alle conventies wat betreft melodie, harmonie en ritme werden losgelaten. Men speelde ‘vrij’. De muziek was ook een duidelijk protest tegen de rassenscheiding in de Verenigde Staten. De musici spraken van Black Music of The New Thing. De metrumloze freejazz swingde allerminst en toegankelijk was de stijl al helemaal niet. Het publiek vroeg zich af ‘wanneer ze klaar waren met stemmen.’ Je kunt stellen dat vrijheid bestaat bij de gratie van gebondenheid. Per slot van rekening gebruiken de exponenten van de freejazz het oorspronkelijke muzieksysteem. Albert Ayler huilde een nieuwe versie van de blues en Archie Shepp’s uitvoering van Body and Soul doet niet onder voor die van Coleman Hawkins. De avant-garde van toen is de mainstream van morgen.
Han Bennink. Foto Andreas Terlaak
IMPRO
Voordat de mainstream jazz, mede onder invloed van de conservatoriumopleidingen, weer een rol ging spelen, maakte de Nederlandse geïmproviseerde muziek opgang. Een soort freejazz, maar dan niet Amerikaans, want daaraan hadden veel Nederlandse jazzmusici de schurft. De Vietnamoorlog en de zoektocht naar een eigen identiteit lagen hieraan ten grondslag. Geïnspireerd door de Europese muziek. Misha Mengelberg en Han Bennink met hun ICP (Instant Composers Pool), Willem Breuker en Pierre Courbois waren belangrijke pioniers. Jazzrecensenten verdedigden de in hun ogen oorspronkelijke stroming, maar veel musici hadden ruzie met elkaar over deze stijl en het publiek bleef weg. Saxofonist Piet Noordijk (Jazzradar, 26 mei 2025) verliet de enige Europese band die in 1964 op het New Port Jazzfestival speelde, het Han Bennink/Misha Mengelberg Kwartet. Zeker na de komst van Willem Breuker kreeg Piet Noordijk genoeg van de theatrale, studentikoze muzikale ongein. Piet wilde gewoon swingen en hij had maling aan maatschappelijke ontwikkelingen.
Eric Vloeimans
AUTHENTICITEIT
Het sociale engagement speelde geen grote rol in de jazzopleidingen aan de Nederlandse conservatoria. Het Rotterdams conservatorium (later Codarts) startte in 1976 als eerste een opleiding tot lichte muziek. Meerdere conservatoria volgden, met elk hun eigen methode en curriculum. Critici vonden dat jazz niet doceerbaar is. De muziek moest uit jezelf komen. Het was herkauwen van tradities en de conservatoria zouden alleen maar opleiden tot werkeloosheid. Maar authenticiteit en hard werken betalen zich uit. Veel oud-studenten, zoals Ben van den Dungen, Jarmo Hoogendijk, Eric Vloeimans, Benjamin Herman, Michiel Borstlap, Anton Goudsmit en Tineke Postma brachten de Nederlandse jazzmuziek op een hoger, internationaal gewaardeerd peil. De jonge jazzmusici hadden bovendien maling aan de richtingenstrijd. Zij spelen wat zij zelf leuk vinden.
Gilles Peterson
ACID JAZZ
Af en toe kreeg de jazz een nieuw stempel om de verkoopbaarheid te bevorderen: Contemporary jazz, Loft jazz, tot zelfs Nu-jazz, maar de meeste reuring veroorzaakte de Acid jazz. De Britse variant werd meteen door puristen verfoeid. De stroming ontstond rond 1990 in Londen. Bedacht door Gilles Peterson van het Talking Loud platenlabel. De jazz moest weer dansbaar worden en grooven. Nog meer elektronica. Zelfs samples en een mix van soul, funk, disco, R&B, house en hiphop. Schandalig! Dit heeft niets meer met jazz te maken. Maar is het niet zo dat de jazzmuziek al meer dan een eeuw muzikale en maatschappelijke ontwikkelingen incorporeert? Dus, so what.
North Sea Jazz Festival
NORTH SEA JAZZ
En dan is er natuurlijk het jaarlijkse gezeik over het jazzgehalte van het North Sea Jazzfestival. Er wordt inderdaad geen oude stijl en dixieland meer geprogrammeerd, maar het is fysiek volkomen onmogelijk om alle ‘echte’ jazzconcerten in alle 16 zalen van het Rotterdamse Ahoy-complex bij te wonen. Het geklaag doet ook geen recht aan de kwaliteit van de talrijke ‘popbands’. Bovendien brengt het driedaagse festival elk jaar een jong en nieuw publiek in aanraking met de jazzmuziek.
Het internationaal vermaarde jazzfeest viert dit jaar het 50-jarig jubileum en nog steeds weet niemand wat jazz nu eigenlijk precies is of welke richting die heengaat. Waarschijnlijk arriveert binnenkort de AI-jazz, maar dat is kunstmatig. Nog wel.
BRONNEN
De Doelen.nl
De Groene Amsterdammer, 22 juli 1998
de Volkskrant, 22 februari 2000
Geschiedenis.nl
Jazz in Rotterdam, de geschiedenis van een grotestadscultuur (2015)
NJA website
Wikipedia
Verder in de tekst vermeld

Hans Zirkzee
Hans Zirkzee
‘mister’ jazz in Rotterdam,
muziekdocent,
saxofonist,
concertorganisator,
schrijver, jazz-historicus,
auteur van Jazz in Rotterdam
(de geschiedenis van een grotestadscultuur),
winnaar Dutilh-Prijs 2016
OVER R†JAM
Stichting Rotterdam Jazz Artists Memorial







