Sterke Vrouwen Berlinde Deman

s t e r k e v r o u w e n

Berlinde Deman

s t e r k e v r o u w e n

Berlinde Deman

Geboorteplaats?

De wereld-België-Jette

Kleur ogen?

Appelblauwzeegroen (alleen al om het woord te mogen zeggen)

Sterrenbeeld?

Kreeft, een dubbele zelfs, volgens mijn ascendant.

Wie?

In 1990 maak ik kennis met de tuba. Die stond vergeten in een hoekje van ons huis.
Het is liefde op het eerste zicht. Ik ben dan 8 jaar. Het is het begin van een lange reis. Kunsthumaniora dus. En daarna conservatorium. Mijn instrument is heel breed te interpreteren, het is zowel theatraal als klassiek, maar ook in de jazz-en improvisatiescene krijgt het veel aandacht. Het zorgt ervoor dat ik heel veel vraag krijg in ontzettend boeiende projecten, die me kneden tot wat ik vandaag de dag ben. Met een solide en rijke ervaring als basis. Ook al zijn mensen vaak verrast als ze een meisje, nu vrouw, zien aankomen met zo een groot instrument, en wat ik er mee doe, het hoempapa-imago wordt duchtig omver geblazen.

Muziek die ertoe doet?

Een vijftiental jaar geleden hoorde ik Michel Godard voor het eerst serpent spelen. Daarmee vielen alle puzzelstukjes op hun plaats. De weemoed en kleur van dit 16de eeuwse instrument lieten me niet meer los. Door de zeldzaamheid van dit instrument kon ik pas 3 jaar terug een kopen. Maar sindsdien is het ongelooflijk waar me dat allemaal gebracht heeft.
Door verschillende genres. Bij bassiste Anneleen Boehme en haar prachtige Grand Picture Palace.
Bij B.O.X en DezMona. In duosetting met Mirko Banovic, in combinatie met electronics. In solosetting met loops en electronics.
Het laat maar weinig mensen los, de klank en vorm van zo een serpent. Alsof het hen herinnert aan een klank uit vervlogen dagen. Aan een broodnodige verstilling.

Waarom jazz?

Ik studeerde klassieke muziek aan het conservatorium. Ik had al heel snel door dat het niet mijn doel was om in een orkest te spelen. Ik speelde al van mijn 16 jaar in heel diverse settings, van klassieke muziek tot muziektheater. Tijdens mijn prille conservatoriumjaren werd ik gevraagd als vast lid van de bijzondere bigband Flat Earth Society. En o wat openden zij mijn ogen toen. Mijn wereld op slag breder. Humor en speelsheid, genieten van experiment, durven spelen. Alles werd plots mogelijk. Het was het begin van een lange en plezierige samenwerking. En mijn muzikale traject werd natuurlijk mee gekleurd en beïnvloed.
Peter Vermeersch, onze bandleider, is een meester in het uitdagen van zijn muzikanten. Waar andere componisten rekening houden met de mogelijkheden van het instrument of de speler, verlegt Peter onze grenzen. Hoger, lager, sprongen. Als het echt niet kan verwacht hij van ons een haalbaar antwoord. Ook houdt hij enorm van de kwetsbaarheid van een muzikant. En ik denk dat daarin de ware aard van muziek spelen zit. Niet alle technische skills die je op het conservatorium leert. Maar wat erachter schuilt. Hoe iets klinkt als je het net niet kan spelen. Of wel kan spelen, maar dat het eigenlijk te hoog is. Of te lang.
Waar het om gaat is muziek maken. En dat doen we met Flat Earth Society. En we nemen onszelf niet te serieus. Zoals Peter altijd zegt: “het moet plezant blijven hè?”

Inspiratiebronnen?

Mijn mama. Met haar vrijgevochten energie. Met haar levensgoesting. Als ze iets wilt, dan gaat ze die dromen achterna. No matter what. Geen afstand te klein, geen plan te groot. Voor haar hogere studies moest ze ooit een essay schrijven over een kunstwerk. Dus reisde ze daarvoor met de nachttrein naar Italië om het schilderij in het echt te zien. Ik vind zo een voorbeeld inspirerend. Zo ging ze ook met mij om. Toen ik elf jaar oud was zei ik haar dat ik zo graag muziek speelde dat ik dat voor de rest van mijn leven wilde doen. Zo geschiedde. Ze heeft me niet alleen gesteund, en een peperdure tuba gekocht (met haar ontoereikende inkomen), ze geloofde in mij. Ze nam mij serieus als elfjarige. Hoeveel ouders zouden naar een 11-jarig kind luisteren? En daar echt in geloven? Ook als het zoiets is als muzikant worden. Iets dat klinkt als een droom. Als iets waar je niet je brood mee kan verdienen.
Ze steunde me.
En kijk, 30 jaar later. Ik ben muzikant. De tuba is mijn trouwste vriend en reisgezel.

Werkplek?

Mijn echte werkplek is nog in de maak. We zitten in een hele lange renovatie dus een echte werkplek heb ik niet in huis. Waar nodig creëer ik mijn werkplaats. Mijn werkplaats is de wereld laat ik maar zeggen. Waar mijn instrumenten zijn, en mijn hoofd vol ideeën, daar is mijn werkplaats.

Vervoermiddel?

Dat is een beetje afhankelijk van hoe ver ik moet reizen. Sinds de lockdown doe ik bijna alles te voet. Er is veel ruimte voor de traagheid, en het zorgt ervoor dat je anders naar de wereld kijkt, en meer ter plaatse kan zijn, de verplaatsing bewust kan meemaken. Binnen mijn eigen stad doe ik meestal alles te fiets, als ik minder tijd heb. Door weer en wind. Met de tuba op de rug, of overladen met boodschappen. Of allebei. We hebben ook onze wagen weggedaan een aantal jaar geleden, en dat lukt eigenlijk prima.

En dan natuurlijk het echte reizen, wat sinds de lockdown heel exotisch is geworden. Reizen naar een andere stad is al een heus avontuur. De trein geniet mijn absolute voorkeur. Moest het treinaanbod binnen Europa uitgebreid worden, en er ook ’s nachts treinen rijden, (zodanig dat je ook na een concert weer thuisgeraakt) zou ik alles per trein doen. De kadans van zo een reis, het voorbijrazen van de landschappen, het doet me wat denken aan mijn eigen voorbijrazende gedachten. Het is ook de perfecte plek om even in die tussenzone te vertoeven, het gezinsleven achterlaten, mezelf mentaal voorbereiden muzikant te zijn, en omgekeerd, alle indrukken van een repetitie/concert af te schudden en mentaal te landen, op weg naar mijn mooie gezin.

Waar ben je blij mee?

De voortdurende creatieve vrijheid, groot en klein. Dat gaat van interpreteren van een werk, tot interageren met andere muzikanten, tot zelf iets maken, creëren. Een dag is vol mogelijkheden. Alles kan een aanzet zijn tot schrijven, tot dromen, tot spelen. En het reizen, en een groot deel van de wereld op zo een ongedwongen manier kunnen ervaren, kunnen meemaken, het avontuurlijke ervan. En dan het belangrijkste en allermooiste ervan, het kunnen en mogen delen. Met medemuzikanten, met het publiek. Zoals in de film ‘into the wild’ zo treffend wordt gezegd, “happiness is only real when shared”

Meest bijzondere herinnering?

Aan mijn dierbare oma Lonneke Zonneke. Ze is niet meer in het rijk der levenden. Maar o wat was ze levendig. En wat hield ze met heel haar hart en met beide handen van het leven. Met die handen kon ze haar oude piano tot leven wekken als geen ander. Ze moest maar een melodie op de radio horen en kon met enkele rake akkoorden en melodieën het leven weer terugbrengen. Onze eigen Landense jazzpianiste. En prachtig zingen. Met zo een echt hoog vibrerend jazzstemmetje. Ze speelde in een band. Haar broer Nes aan de piano. Ik heb nog een hele oude opname van haar. Ontroerend. Om haar dan ineens weer te horen weerklinken. Tastbaar dichtbij. Mijn oma plots weer in de twintig en genietend van het leven.
Maar ze is nooit helemaal weg. Haar piano wordt nu door mij tot leven gewekt. En mijn dochter heeft haar koosnaampje Lonne gekregen.

s t e r k e v r o u w e n

Concept en fotografie: Eddy Westveer