Sterke Vrouwen Sanne Rambags
s t e r k e v r o u w e n

s t e r k e v r o u w e n
Sanne Rambags
Geboorteplaats?
Goirle. Het duurde jaren voordat ik die naam zonder aarzeling uitsprak. Als kind droomde ik liever van Noorwegen of van het leven in de stad. Pas toen ik naar Rotterdam verhuisde, ontdekte ik hoe Brabants ik eigenlijk was. Toen kon ik zeggen: daar ben ik geboren en getogen.
Ironisch genoeg vertrok ik daarna juist naar Noorwegen, op zoek naar folklore, naar verhalen, naar een gevoel van ergens bij horen. Maar hoe verder ik reisde, hoe dichter ik bij mezelf kwam. Op een gegeven moment besefte ik dat ook mijn eigen jeugd in Goirle vol folklore zat. Dat inzicht voelde als een rijkdom. Mijn zoektocht naar Noorse en Nederlandse liederen bleek uiteindelijk een zoektocht naar mijn eigen wortels. Dus ja: ik ben Sanne uit Goirle.
Kleur ogen?
Koel blauw
Sterrenbeeld?
Weegschaal, met ascendant Maagd en maan in Boogschutter.
Ik voel me daar verrassend sterk mee verbonden. Vurigheid, natuur, vrijheid, schoonheid: het zijn woorden die dichtbij komen. Vooral de Weegschaal herken ik onmiddellijk. Ik weeg af, zoek harmonie en vermijd conflicten liever dan me lief is. Een belangrijk thema in mijn leven is momenteel het loslaten van dat people pleasen; niet langer voortdurend aanpassen om geliefd te worden.
Wie?
De stem van Sanne Rambags klonk al voor publiek over de hele wereld. Als zangeres en componiste werkte ze samen met musici uit uiteenlopende muzikale tradities, van daaruit groeide een geheel eigen, genre-overstijgende manier van improviseren. Ze put uit de rijkdom van traditionele volksmuziek van alle windstreken en verweeft die met haar achtergrond in experimentele jazz. Het resultaat: gelaagde klanklandschappen die zich niet laten vastpinnen, muziek die schuurt, ademt en onverwachte werelden opent.
Wat haar drijft, gaat verder dan het maken van muziek alleen. Ze onderzoekt hoe klank betekenis kan scheppen en hoe muziek een gevoel van verbondenheid kan oproepen in een tijd waarin zingeving niet vanzelfsprekend is. Haar stem gebruikt ze daarbij niet alleen als expressiemiddel, maar als instrument dat een deur op een kier zet — naar een ruimte voorbij het alledaagse, waar iets ouds en vertrouwds oplicht: het besef dat we daar misschien allang thuishoren.

De eerste muziek?
Als ik terugga naar de allereerste muziek die echt bij me hoort, kom ik uit bij Letter from Home van Pat Metheny. Mijn ouders draaiden veelvuldig de muziek van hem thuis. Soms zing ik die melodie nog steeds voor mezelf als ik troost nodig heb.
Die muziek van Metheny brengt me direct terug naar mijn jeugd. Naar vakanties in Noorwegen, naar bergen en fjorden, naar het gevoel van veiligheid dat ik daar als kind ervoer. Misschien is dat ook waarom Noorwegen nog altijd voelt als een tweede thuis.
Waarom jazz?
Dat is eigenlijk een ingewikkelde vraag.
Er was wel een duidelijke aanleiding om jazz te gaan studeren, maar de weg daarnaartoe bleek een zoektocht op zich. Op het conservatorium voelde ik me nooit helemaal thuis in de rol van vocalist die standards zingt. Er zat steeds een stemmetje in mij dat zei: er is meer dan dit.
Toch liggen daar wel mijn wortels. Jazz is essentieel geweest voor mijn ontwikkeling, ook al liet ik de standards en het genre zelf vrij snel achter me. Mijn ouders namen me vaak mee naar concerten in Paradox in Tilburg. Thuis klonk de muziek van Eric Vloeimans, Jeroen van Vliet en Harmen Fraanje. Die wereld vormde mij.
Vooral improvisatie fascineerde me. Alleen niet op de gebruikelijke manier. Scatten heeft me nooit echt geraakt. Ik bewoog me juist van de theorie naar de filosofie van muziek maken: wat betekent het eigenlijk? Waarom maken we muziek? Wat overstijgt het?
Uiteindelijk ben ik jazz gaan studeren door die Brabantse jazzmusici die hun eigen muziek schreven, door de concerten in Paradox, door de vrijheid die ik daar proefde. Een beslissend moment was een concert van Francien van Tuinen in het Bimhuis, een eerbetoon aan Rita Reys. Ik was zeventien. De sfeer, de muziek, de musici om haar heen – onder anderen Harmen Fraanje, Clemens van der Feen, Joost Patocka en Jesse van Ruller – maakten diepe indruk. Voor het eerst dacht ik: dit zou ik ook willen doen.
Inspiratiebronnen?
Mijn inspiratie begon thuis, bij de platenkast van mijn ouders. Natuurlijk Pat Metheny, maar ook Scandinavische muziek van bijvoorbeeld Jan Garbarek. Later kwamen daar de jamsessies in Paradox bij; daar ontdekte ik vooral hoe ik als vocalist en musicus wilde musiceren.
Als vocalist voelde ik eerst vaak een beperking. Instrumentalisten leken over een vrijheid te beschikken waar ik naar verlangde. Dat verlangen werd steeds sterker. Ik zocht stilte op, natuur, plekken waar ik voor niemand iets hoefde te zijn. Daar probeerde ik te leren improviseren, buiten de traditionele rol van zangeres.
Mijn hoofdvakdocent Renske Taminiau heeft daarin een belangrijke rol gespeeld. Rond mijn twintigste, in het tweede jaar van het conservatorium, kruisten ook Joost Lijbaart en Bram Stadhouders mijn pad. In het Muziekcentrum van de Omroep maakten we opnames van vrije improvisaties. Dat moment voelde als een openbaring. Ineens wist ik wat ik werkelijk wilde.
Niet lang daarna trok ik met Under The Surface de wereld in.
Noorwegen bleef ondertussen mijn grootste inspiratiebron. De ruimte daar – hoe abstract dat misschien ook klinkt – raakt me nog steeds. Die uitgestrektheid, die stilte, dat gevoel van ademruimte probeer ik op het podium te delen.
Werkplek?
Mijn werkplek is eigenlijk overal. Ik voel me in dienst van het leven, en inspiratie laat zich niet vastpinnen op een bureau.
Met een laptop kan ik overal werken. Ik schrijf waar en wanneer iets zich aandient. Uiteindelijk kies ik voor een leven dat inspiratie oplevert, niet voor een vaste werkplek.
Vervoermiddel?
Ik wandel graag, maar de fiets blijft mijn favoriete vervoermiddel. Al maak ik met het vliegtuig verreweg de meeste kilometers.

Waar ben je blij mee?
Ik ben vooral blij dat ik dankbaar kan zijn.
De afgelopen jaren heb ik een diepreligieus besef ontwikkeld. Voor mijn studie kwam ik in contact met gemeenschappen en stammen in Mexico en Brazilië, die hun eigen kennis en wijsheid dragen over natuur, gemeenschap en het leven zelf. Dat heeft veel in beweging gezet.
Ik heb geleerd dat nederigheid bevrijdend kan zijn. Niet alles ligt binnen je controle. Sommige dingen komen eenvoudigweg op je pad. Ik kan intens blij worden van verwondering: over de natuur, over mensen, over het leven zelf. Natuurlijk is niet alles mooi of gemakkelijk, maar er schuilt ook rust in het aanvaarden van wat zich aandient. Mijn vriend heeft me daarbij veel geleerd.
Ik wil ja kunnen zeggen tegen wat het leven brengt, en vertrouwen op de stille wijsheid van mijn intuïtie. Want juist waar het schuren en het stralen elkaar ontmoeten, vindt het hart zijn koers. Daar ontstaat ruimte voor vreugde, voor groei en voor alle tinten die het leven kleur en glans geven.
Meest bijzondere herinnering?
Er zijn er eigenlijk te veel om er één te kiezen.
Met Under The Surface heb ik op prachtige plekken gespeeld en bijzondere mensen ontmoet. Maar een improvisatie in Noorwegen, na een specifieke ceremonie, staat me nog helder voor de geest. Er hing een bijna tastbare euforie in de ruimte. Iedereen voelde het. Dat gedeelde geluk, dat diepe gevoel van vervulling, was onvergetelijk.
En de toekomst?
Dit is een jaar van verandering.
Niet alleen persoonlijk, maar ook muzikaal beweegt er veel. Mijn werk krijgt steeds meer een spirituele dimensie. Ik schrijf tegenwoordig veel met gitaar, en recente ontmoetingen en ervaringen hebben me nieuwe bezieling gegeven.
Die inspiratie wil ik laten doorklinken in mijn muziek. Daarom kijk ik met vertrouwen vooruit. Ik ben positief. Het goede wint.
s t e r k e v r o u w e n
Concept en fotografie: Eddy Westveer